1. CAO 2011-2015; startnotitie
Werkgevers en werknemers (hierna te noemen:Partijen) erkennen de veranderingen in de Railinfrastructuur en hebben, ter voorbereiding op de vernieuwing in de CAO naar 2015 toe, een startnotitie opgesteld. Deze notitie (zie bijlage bij dit principeakkoord) is door partijen ondertekend en basis voor een paritaire werkgroep - onder begeleiding van het Nederlands Centrum voor Sociale Innovatie - , die een voorzet zal doen voor een vernieuwde CAO per periode 5-2011. Ter overbrugging naar deze vernieuwde CAO is een nieuwe CAO afgesproken, waarvan onderstaande principe-afspraken onderdeel uitmaken.
2. Looptijd CAO
Periode 5 - 2010 tot en met periode 4 - 2011
3. Salaris (behorende tot deze contractperiode)
Per periode 7 -2010 structurele salarisverhoging van 1%
Per periode 4 -2011 structurele salarisverhoging van 0,25%
Loonsverhogingen inclusief prijscompensatie.
4. Werkgelegenheid
Aanhangsel 1, toevoeging:
Partijen stellen gezamenlijk vast dat als gevolg van verdere mechanisatie en de volgorde van de overgang van OPC- naar PGO-contracten er sprake is van een terugloop in werkgelegenheid, waardoor er een overcapaciteit aan werknemers is ontstaan, die gedurende de verdere overgang van OPC- naar PGO-contracten naar verwachting zal toenemen.
Partijen hebben naar aanleiding van bovenstaande de volgende afspraken gemaakt:
a. Partijen laten een extern, onafhankelijk onderzoek uitvoeren, waarin moet worden vastgesteld voor welke functies en voor hoeveel medewerkers er nu en in de toekomst (afhankelijk van de overgang van OPC- naar PGO-contracten) geen perspectief meer is in de railinfrasector. Partijen zullen gezamenlijk een opdracht formuleren waarin randvoorwaarden voor dit onderzoek worden vastgesteld.
b. Het betreffende onderzoek wordt voor de gehele railinfrasector uitgevoerd. Voor boventallige medewerkers zijn danwel zullen met de vakbonden per bedrijf separate afspraken worden gemaakt in de vorm van een sociaal plan.
c. Indien bij overgang van een contractgebied van de oude contractpartij naar een nieuwe contractpartij er sprake is van vacatures bij de nieuwe contractpartij als gevolg van het verwerven van het contractgebied, heeft de nieuwe contractpartij als werkgever de plicht de eventueel boventallig geworden werknemers van de oude contractpartij een functie aan te bieden op basis van de dan vigerende CAO Railinfrastructuur. De boventallige werknemer dient te voldoen aan de functie-eisen van de vacature.
d. Om zoveel mogelijk werkgelegenheid te behouden voor die medewerkers, die thans werkzaam zijn in de railinfrasector en vallen onder de CAO Railinfrastructuur, spreken partijen af, dat het maximale percentage aan inhuur 25% per jaar (inhuur van CAO Railinfrastructuur partijen wordt niet meegerekend) mag bedragen. Tevens hebben de werkgevers een inspanningsverplichting om dit percentage terug te brengen tot 20% per jaar. Iedere drie maanden wordt het inhuurpercentage vastgesteld over de afgelopen 12 maanden.
e. Partijen zullen ieder afzonderlijk bij ProRail erop aandringen, dat het genoemde in punt c. voor partijen zal gelden, die niet werken onder de huidige CAO Railinfrastructuur.
5. Functieraster
Artikel 7, lid 1.Algemeen zal als volgt worden herschreven:
“a. De functies van de werknemers worden ingedeeld in functiegroepen 1 t/m 8 conform de functiewaarderingssystematiek van ORBA. Indeling vindt plaats op basis van systematische vergelijking met de rangordening van de referentiefuncties, zoals die in bijlage 1 zijn vermeld.”
Bijlage 1 conform bijlage bij dit principe-akkoord.
6. 5 mei Bevrijdingsdag
Éénmaal in de vijf jaar zal in het lustrumjaar, voor de eerste keer in 2015, van het huidige aantal aan de werkgever ter beschikking staande roostervrije dagen een collectieve roostervrije dag op 5 mei ingepland worden.
7. Spaarbedragen levensloop
Bijlage 8: Het maximaal te sparen bedrag per jaar in de levensloopregeling wordt vastgesteld conform de wettelijke mogelijkheden.
8. Dienstverband voor bepaalde tijd
Tekst van artikel 5 lid 3 zal als volgt vervangen worden:
“Voor het aangaan en continueren van een dienstverband voor bepaalde tijd gelden de bepalingen van de artikelen 7:667 tot en met 7:669 BW, met uitzondering van de tijdelijke verruiming welke geboden wordt in 7:668a lid 6 BW.”
9. Beëindiging van het dienstverband
Artikel 5, lid 4.c. komt te vervallen.
10. Cursus “Nederlands op de werkvloer”
Werkgever zal zijn medewerkers, die de Nederlandse taal (nog) niet machtig zijn, een cursus “Nederlands op de werkvloer”aanbieden. Werknemers zijn verplicht deze cursus te volgen en met succes af te ronden.
11. Arbeid buiten het doordeweekse dagvenster
Artikel 8, lid 1a, 1e tabel vervalt
12. Vakantie
Artikel 9, lid 4.c.: tekst wordt als volgt aangepast:
“De werkgever stelt de vrij opneembare vakantiedagen vast overeenkomstig de wensen van de werknemer, voorzover de continuïteit van het bedrijfsproces het toelaat.”
13. Sancties arbeidsongeschiktheid
Laatste alinea Artikel 13, lid 7: “Daarnaast kan de werkgever ……………….niet naleeft” komt te vervallen.
14. Overgangsregeling FLO-regeling
Artikel 14, lid 8.b. komt te vervallen.
15. Overwerkgregeling niet uitvoerende medewerkers
In overleg met de ondernemingsraden zullen bedrijven een overwerkregeling voor niet uitvoerende medewerkers overeenkomen.
16. Maaltijdvergoeding
Artikel 17, lid 4: toevoegen: “Indien de werkgever de maaltijd verst5ekt, zal dit zoveel mogelijk een gevarieerde gezonde maaltijd zijn.”
17. Algemeen
In de redactiecommissie van de CAO zal de tekst kritisch getoetst worden inzake correcte verwijzingen naar andere artikelnummers.
18. AVV
Bouwend Nederland zal namens partijen een Algemeen Verbindend Verklaring van de CAO aanvragen bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Vianen, 17 augustus 2010
…………………………. ……………………………….
E. Groen J. Prins
FNV Bondgenoten Bouwend Nederland
…………………………. ……………………………….
T. van Rijssel H. Crombeen
CNV Vakmensen FNV Bouw
………………………….
R. van der Steen
Het Zwarte Corps
